Verhalen uit de sessies
Afscheid
Tijdens een sessie vertelde Sofie hoeveel verdriet zij ervoer na de verkoop van haar paard. Achteraf voelde deze beslissing niet goed; ze had iets zeer dierbaars moeten loslaten.
We werkten met een tafelopstelling. Sofie koos een symbool voor zichzelf, voor haar paard en voor het verdriet. Ze plaatste haar eigen symbool dicht tegen dat van het paard aan en legde een grote steen — als symbool voor het verdriet — vóór het paard.
Toen zij naar de opstelling keek, werd zichtbaar hoe zij de situatie beleefde: het verdriet lag letterlijk tussen haar en het paard.
Sofie schoof de steen iets opzij, zodat deze deels ook vóór haar kwam te liggen. ‘Ik denk dat zijn verdriet groter is,’ zei ze.
Op dat moment werd duidelijk hoeveel schuldgevoel zij met zich meedroeg. Ze nam een tweede steen om dit schuldgevoel te symboliseren en plaatste die vóór het symbool dat haar vertegenwoordigde.
Samen stonden we stil bij de oorsprong van dit schuldgevoel. Gaandeweg werd zichtbaar dat het niet voortkwam uit onzorgvuldigheid, maar juist uit haar betrokkenheid en zorg. Sofie vertelde hoe zorgvuldig zij was geweest bij de verkoop en hoe zij meerdere potentiële kopers had afgewezen, omdat zij er zeker van wilde zijn dat haar paard goed terecht zou komen.
Door dit zichtbaar te maken in de opstelling, kon het schuldgevoel verzachten. Daardoor ontstond ruimte om haar verdriet los te laten.

De scheiding
Tim was tien jaar toen hij bij mij kwam. Hij had een heftige ruzie tussen zijn vader en moeder meegemaakt. Zijn ouders waren verwikkeld in een scheiding en merkten dat dit veel impact op hem had. Ze vroegen mij om hem te begeleiden.
Zonder dat Tim zijn verhaal hoefde te vertellen, mocht hij een poppetje neerzetten voor zichzelf, één voor papa en één voor mama.
Ik vroeg hem: ‘Hoe gaat het met jouw poppetje op de tafel?’
Hij lachte en zei dat het goed ging. Het poppetje voelde zich blij.
Toch zag ik in zijn ogen iets anders.
Daarna mocht hij een steentje uitkiezen dat stond voor de ruzie tussen zijn ouders. Zonder aarzeling legde hij het steentje vlak vóór zijn eigen poppetje neer.
Ik vroeg: ‘En hoe voelt jouw poppetje nu?’
Tim brak. De tranen kwamen en hij kon niets meer zeggen. Dat moment hoefde niet opgelost te worden — het verdriet mocht er gewoon zijn.
Samen keken we naar de opstelling. Ik vroeg hem: ‘Van wie is dit steentje eigenlijk?’
Hij keek opnieuw, alsof hij het voor het eerst zag. Hij stond tussen de steen en zijn ouders. ‘Van papa en mama,’ zei hij.
Ik liet die woorden rustig landen en vroeg: ‘Wil jouw poppetje hier blijven staan, of wil het ergens anders gaan staan?’
Met een zucht van opluchting zette hij zijn poppetje opzij.
De helende zin die hierbij helpt is:
‘De ruzie is niet van mij, maar van papa en mama.’
Op dat moment kon Tim voelen dat hij niet verantwoordelijk was voor wat er tussen zijn ouders gebeurde. Dat maakte het verdriet lichter. Zo kon hij stap voor stap leren omgaan met het gemis en de veranderingen, en weer meer kind zijn.

